Bij de kringloopwinkel vond ik de hierboven afgebeelde Time Master dicteermachine (model TMT) van de Dictaphone Company.
Dit Amerikaanse bedrijf (een dochter van de Columbia Graphophone Company) heeft van 1907 tot 1960 de bekende dicteermachines
gemaakt (zie foto 8); zó bekend dat de merknaam al spoedig tevens de soortnaam werd. Deze dictafoons berusten op het
door Edison bedachte principe van de aan een membraan bevestigde naald, die een spiraalvormig spoor over een roterende wasrol
volgt. Wordt het membraan in trilling gebracht door geluid (aangevoerd via een slang vanuit een hoorn) dan snijdt de naald
een van breedte en diepte veranderend patroon in de was. Bij terugspelen wordt omgekeerd de naald door de gemoduleerde groef
in de wasrol in beweging gebracht, en via deze het membraan en de lucht in de hoorn.
De Dictaphone Company heeft na WOII dit principe verenigd met de mogelijkheden die de in de oorlogstijd tot volwassenheid
geraakte electronica bood. Met name kon van het proces van zuiver acoustisch-mechanische schrijven en lezen van het
geluidsspoor worden afgestapt, waarbij de bovengenoemde hoorn, slang en membraan werden vervangen door een electronische
versterker en een aantal transducers: lees- en snijkop, microfoon en luidspreker [1].
Bij de Time Master machines was de wasrol vervangen door een band van zacht plastic, de 'Dictabelt'. In het bovenste
plaatje zijn vier Dictabelts te zien, plus nog een verzend-envelop waar er ook een in zit. De eerste apparaten van dit
soort kwamen in 1948 op de markt, en werden in kort tijd zeer populair. Bekend is de rol van de Time Master bij het
reconstrueren van de moord op president Kennedy in 1963: al het politieradioverkeer rond de aanslag was er op vastgelegd.
Hieruit blijkt dat deze apparaten toen nog steeds gebruikt werden, ondanks de beschikbaarheid van op magnetische media
gebaseerde apparaten. Nog in 1963 werd er aan de ontwerpers van de Dictaphone een prijs voor industriële vormgeving
uitgereikt (het ging toen waarschijnlijk om een met transistors uitgevoerd model, dat alleen ken van horen zeggen).
De Time Master Dictaphones zijn mechanisch tamelijk complexe precisie-apparaten. Bij inspectie van het inwendige valt op
dat er op de materiaalkeuze - ook in het electronische gedeelte - niet bespaard is. Documentatie van deze machines heb ik
niet kunnen vinden, maar wel enkele gegevens: speelduur 15 minuten, frequentiebereik 300-3000 Hz.
Het TMT model is waarschijnlijk van de eerste generatie van deze apparaten. Het is in Engeland geproduceerd, maar voor
de Amerikaanse markt, te oordelen naar de voedingsspanning en de Amerikaanse netsteker. De onderzijde van de gegoten
aluminium bodemplaat zag er slecht uit: overal witte plekken van aluminiumoxide. Dit harde corrosieproduct kan alleen met
schuurpapier of (roestvrij-)staalwol verwijderd kan worden. Het vrijkomende blanke aluminium moet opnieuw worden gelakt.
Ik heb het voorlopig afgedekt met een speciale primer. De kap van de machine - ook een relatief zwaar aluminium
gietstuk - en het inwendige bleken gelukkig nauwelijks aangetast. Het microfoonsnoer was geheel vergaan, het netsnoer was
nog in behoorlijke toestand.
De TMT electronica bevat 4 Mullard rimlock buizen: UCH42, UAF42, UL41, UL41, met in serie geschakelde 100 mA gloeidraden.
Deze zijn via een NTC- op het net aangesloten. Omdat de gezamenlijke gloeispanning
116.6 V is, denk ik dat als bedrijfsspanning 120 V bedoeld was (merkwaardig genoeg stond op het typeplaatje alleen dat het
totale verbruik 100 W is; geen aanduiding van netspanning en -frequentie).
Deze thermistor bleek overigens gebroken te zijn (foto 1); ik heb hem vervangen door een iets moderner schijfvormig exemplaar.
Foto 1: onderzijde TMT electronica-chassis.
De netspanning wordt gelijkgericht door een seleniumgelijkrichter van het cylindrische radiatormodel.
Het weglaten van een voedingstransformator - iets dat je in zo'n kostbaar uitgevoerd apparaat niet verwacht - komt
waarschijnlijk door de noodzaak van ruimte- en gewichtsbesparing. De schakeling is zo opgebouwd dat de aluminium kast en
het mechaniek niet galvanisch met het net verbonden zijn. Zoals uit foto 1 blijkt is de bedrading van het electronica-chassis
buitengewoon compact: het is onmogelijk het schema te reconstrueren zonder de electronica deels te slopen.
De 'hoorn' van het apparaat dient, net als bij de antieke Dictaphones, voor zowel opname als weergave. Er zit een 1800 Ω
microfoon/luidspreker in, vermoedelijk van het 'moving-iron' type (zoals een antieke koptelefoon).
Bij het onderzoek van het mechanische deel bleek in de eerste plaats dat opnemen en weergeven in deze machine niet met
dezelfde naald gebeurt, zoals bij een wasrolmachine.
De zijdelingse beweging van snijnaald, amplitude ca 0.05 mm, wordt veroorzaakt door het anker van een electromagneet met
een gemeten gelijkstroomweerstand van 0.5 Ω (foto 2). Er is hier dus geen sprake van dieptemodulatie, zoals bij een
wasrol. De Dictabelt registratiemethode is eerder te vergelijken met die van een gramofoonplaat. De snijmagneet wordt via
een transformator gestuurd door de UL41's in balans, waarbij de UCH42 fungeert als fasedraaier [3]. Het anker was afgedekt door een rubber vlies (waarschijnlijk om te
voorkomen dat er 'snijkrullen' in de luchtspleet terecht komen). Dit vlies viel helaas bij eerste aanraking in brokjes uiteen.
Op de foto is het nog aanwezig.
Foto's 2 en 3: schrijfkop en leeskop.
Weergave gebeurt via een piezoelectrisch element (foto 3), het signaal wordt versterkt door de UAF42. Het element heb ik
globaal getest op zijn uitgangsspanning, met behulp van een oscilloscoop: dat gaf weinig hoop dat het nog in bruikbare
staat is. Het zou mij niet verwonderen als het hier een (destijds) standaard pick-up element betreft.
Foto 4: model PT, kap verwijderd.
De blauwe Dictabelt [2] loopt over twee cylinders. De leeskop bevindt zich boven de achterste, de schrijfkop boven de voorste.
Het armatuur met beide koppen wordt door een schroefspindel/tandwielcombinatie met een effectieve spoed van 0.1 mm in 15 minuten van links naar rechts bewogen.
Een tweede Timemaster vond ik via Marktplaats. Dit model 'PT International', eveneens gebouwd in Engeland, werd geleverd
ik de originele koffer, en bovendien was er een half bespeelde Dictabelt bij (duidelijk zichtbaar in foto's 4 en 6). De
Dictabelt past ook in de TMT machine, maar ik heb nog geen gelegenheid gehad te proberen of hij daarop inderdaad gelezen
kan worden. Het zal ongetwijfeld wel de bedoeling zijn geweest.
Bij deze machine geen tekenen van verval. De paar jaren leeftijdsverschil kunnen wat dat betreft nauwelijks een rol
spelen; waarschijnlijk is hij met meer zorg bewaard dan zijn oudere broer TMT.
De PT bevat slechts 3 buizen: de noval typen 6BJ6 (twee stuks) en 6BN6. De hoogspanningsvoeding is nu gebouwd rond een
tweetal seleniumgelijkrichters van het bekende vlakke soort. Het typeplaatje vermeldt dat de machine is bedoeld voor 220V,
50 Hz.
Ik dateer deze uitvoering op 1951. Er zijn opmerkelijke verbeteringen ten opzichte van model TMT:
aanzienlijk lager gewicht: 6.2 kg tegenover de 8 kg van de TMT;
transformator voor hoogspanning en 6.3 V gloeispanning;
neon-indicatielampjes (in TMT zit een 60 V gloeilampje met een serieweerstand, die in bedrijf zeer heet wordt);
ingebouwde luidspreker, zodat de hoorn nu uitsluitend als microfoon dient;
via knopjes op de microfoon te bedienen opname-positie markering, zie foto's 5 en 6;
externe kabels inplugbaar, in plaats van vast aan de machine verbonden.
Na een oppervlakkige inspectie, en na de buizen verwijderd te hebben, heb ik het apparaat via een variac op spanning gezet.
De spanning zeer langzaam opvoerend tot ca 150 V constateerde ik dat noch de gelijkrichters, noch de electrolytische
afvlakcondensatoren problemen gaven - tenminste niet gedurende de korte tijd dat ik aan het experimenteren ben geweest. Normaal gesproken zijn dit de meest opvallende zwakke plekken in een apparaat van bijna zestig jaar oud (waarvan waarschijnlijk 50 jaar stilstand).
Ook hier is, zoals in het TMT model, uitsluitend materiaal van zeer hoge kwaliteit ('military grade') toegepast. Hoewel de MTBF (Mean Time Before Failure) daarvan wel een stuk gunstiger zal zijn dan van componenten die voor consumentenelectronica zijn gemaakt, is het de vraag of dit onderscheid op de termijn van een halve eeuw nog relevant is.
Foto's 5 en 6: handbediende indicator van TMT, electrisch bediende indicator van PT.
Met de indicator werd op een verwisselbaar papiertje een streepje naar boven of naar onder gezet, als
aanduiding van het begin of einde van een opname.
Het verchroomde hendeltje bovenaan het indicatormechaniek is de opname/weergave schakelaar. Hiermee wordt de electronica omgeschakeld, en tevens wordt het
koppen-armatuur naar voor dan wel naar achter gekanteld.
Nu durfde ik het aan ook de buizen er bij te betrekken. Deze keer werd de spanning in een iets hoger tempo opgevoerd tot
220 V. Vervolgens werd het mechaniek gestart (dat kan alleen als er een Dictabelt is gemonteerd), en hoorde ik hoe iemand
zichzelf op de piano begeleidend een bluesachtig lied ten gehore bracht, plotseling eindigend met een roep uit de verte
(in het Nederlands) dat het eten klaar stond, en het bozige antwoord dat hij net een opname zat te maken.... Het was ver
van high fidelity, maar de Dictaphone was dan ook helemaal niet bedoeld om iets anders dan spraak zonder veel dynamiek
vast te leggen.
Foto 7: ondertussen heb ik ook de hand weten te leggen op een doos vol ongebruikte Dictabelts, zodat ik de beide Time Masters op hun werking kan gaan onderzoeken.
Foto 8: dit is een Dictaphone, vermoedelijk uit 1927, zoals ik hem heb
verworven via de Marktplaats. Het apparaat ziet er verwaarloosd uit (honderden verfspatten, roestvorming), maar
lijkt wel te restaureren te zijn. Een verslag van het restauratieproject volgt.
* Een verkorte versie van dit stuk is opgenomen in het Radio Historisch Tijdschrift, juni 2011.
[1] In de gramofoonplatenindustrie had deze omwenteling natuurlijk al in de vroege jaren '30 plaats gevonden, maar de
destijds benodigde apparatuur was veel te omvangrijk en bewerkelijk voor kantoortoepassingen.
[2] In latere modellen werden rode Dictabelts toegepast. Het is mij niet bekend of er meer verschil is dan de kleur.
[3} De triode-heptode als fasedraaier was een vondst van Philips, zie [Wiwo].