Philips 830A 'Super Inductance' (1932-1933)

De 830A, aangeschaft op een veiling, lijkt van buiten gezien in prima en complete toestand. Dat betreft zowel het uiterlijk (kast, luidsprekerdoek en luidspreker, achterwand) als de electronica (inclusief de buizen). Voor nadere inspectie werd het chassis uitgenomen. De houten bodem van de kast bleek bedekt te zijn met tinfolie dat grotendeels vergaan was (vermoedelijke oorzaak: lage temperatuur). Ik denk dat het verval van tinfolie ook de oorzaak (of een van de oorzaken) is van het defect raken van de ingeblikte condensatoren, zie onder. Tegenwoordig zou men het veel stabielere aluminiumfolie gebruiken voor dergelijke toepassingen.

foto 1: Onderaanzicht van het chassis.

Doordat de (meestal ongeisoleerde) bedrading kriskras door het diepe chassis loopt is het niet eenvoudig de zichtbare componenten te associeren met de R's en C's in het schema (zie onderaan).
Er werden enkele niet-originele, slecht gemonteerde onderdelen aangetroffen (A t/m G in de foto; onder de linkerbeugel zit nog een 'teerdot'). De condensatoren A en D en de teerdot, elk 0.5 µF, waren bedoeld om drie van de originele 'ingeblikte' condensatoren te vervangen. Twee parallel geschakelde weerstanden van 33kΩ vervingen een draadgewonden weerstand (eenzijdig losgeknipt, ter plaatse van F onder de beugel). In foto 2 is te zien dat het gaat om een een dubbele spiraal van haardun weerstandsdraad, gewikkeld op een glazen buisje. De weerstand van het rechter afgebroken stukje, 19 mm lang, was 870 Ω. De hele weerstand, 12 windingen van 10 mm doorsnede moet dus ongeveer 18kΩ geweest zijn. (Het is de schermroosterweerstand van de tweede E462 annex de anodeweerstand van de E428. Door deze dubbele functie kon een condensator worden uitgespaard! Volgens het schema gaat het om een weerstand van 16kΩ).

foto 2: Draadgewonden weerstand. Het glazen buisje is 3 cm lang.

Ik heb de diverse reparatie-weerstanden vervangen door 'moderne' Philips-exemplaren. De condensatoren heb ik in eerste instantie verwijderd. Van een ervan was trouwens een aansluitdraad inwendig afgebroken.

foto 3: Enkele weerstanden vervangen, condensator verwijderd.

Hierna heb ik voorzichtig via een variac spanning op het toestel gezet, met als enige aanwezige vacuumbuis de schaalverlichtingslamp. De schaalverlichting deed het, en ook de rest van de voedingstrafo bleek in orde. Toen, nog steeds zonder buizen, vanuit een externe bron gelijkspanning aangebracht tussen de kathode (+) en een van de anode-aansluitingen van de gelijkrichterbuisvoet. Ik gebruik hiervoor een gelijkrichter (met scheidingstrafo en halfgeleiderdioden) die gevoed wordt vanuit een variac. In serie met de gelijkrichter een stevige weerstand van 10kΩ om in geval van sluiting de stroom te begrenzen. Het voordeel van deze constructie is natuurlijk dat de spanning vanaf nul kan worden opgevoerd; de oorspronkelijke voeding doet het pas (en dan meteen volop) als de gloeidraad van de gelijkrichterbuis op temperatuur is. Tussen de 'min' van mijn voeding en de diverse 'hoogspannings'punten in het schema werden de te verwachten spanningen aangetroffen. Maar gemeten tegen het chassis was op deze punten de spanning nul. De voor de hand liggende conclusie was een onderbreking in de weerstandsbaan van de volumeregelaar H.
Deze potentiometer vormt de verbinding tussen de voedings-'min' en chassis-'aarde'. De arm van de potmeter geeft de instelbare negatieve roosterspanning van de hf-versterkerbuis E462 en de lf-versterker E428. Vermoedelijk is de potmeter (net als de bovengenoemde draadweerstand F) ooit gesneuveld als gevolg van kortsluiting in een of meer van de ingeblikte condensatoren.
De keus was nu: de radio weer spelend maken of niet. In het eerste geval zou op zijn minst de defecte potmeter vervangen moeten worden, wat niet zonder een aanzienlijke slooppartij mogelijk is. En het is niet gezegd dat er zich daarna niet nog meer problemen zich zouden aandienen. Ik heb besloten de radio voorlopig te laten wat hij is, in een haast originele staat afgezien van de paar kleine reparaties die nu tenminste netjes zijn uitgevoerd.

Schema van de 830A uit Radioschema's van P.H. Brans, 4e uitgave.
In mijn apparaat zit een E443H als eindbuis.