Spanning-, stroom- en universeelmeters


Twee sets meters (A en V) van Chauvin-Arnoux.
De bovenste zijn hete-draadmeters van rond 1900; daaronder draaispoelmeters vermoedelijk uit de jaren 1930.
Beide sets zijn voorzien van een verzameling voorschakelweerstanden en stroombereik-shunts.


Gossen MAVO ('Multi-Ampere-Volt', Duitsland, jaren '30), uitgerust met een voorschakelweerstand voor 150V meetbereik. De meter wordt opgeborgen in net zo'n doosje als dat van de voorschakelweerstanden en stroombereik-shunts.


links: universeelmeter van LAMRE (Frankrijk ca 1948).
rechts: Phaostron ME-9C/U militaire multimeter (jaren '60?).


Het Weston-element was tot 1990 de internationaal afgesproken spannings-ijkstandaard.


links, vrnl: AVO minor (ca 1938), AVO 8 Model III (1955) en AVO multiminor (1955).
rechts: AVO 'heavy duty' universeelmeter (1971).


AVOmeter 10 (ca 1960?). Dit instrument bevat twee transistors, die echter alleen een rol spelen bij de meterbeveiliging (de befaamde 'cut-out'). Ondanks de mooie vormgeving waarschijnlijk geen bestseller; op het web heb ik er niets over kunnen vinden.


Simpson 260 universeelmeter (rond 1960). Het Amerikaanse equivalent van de Engelse AVO en de Duitse Unigor (rechts), een oerdegelijk instrument dat aan de UvA werd gebruikt bij het natuurkundepraktikum.


links: professionele SANWA 360-YTR universeelmeter (1964), met Japanse handleiding.
rechts: Russische Tsj4324 universeelmeter uit 1985, voorzien van Engelse beschrijving, schema en ijkcertificaat.


links: GEC Selectest D.III multimeter (ca 1955), concurrent van de AVO 8 ernaast;
rechts: Western Electric D.166852 multimeter (jaren '30?).
De AA cel dient als maatstaf; in de meter zelf hoort een platte 4.5V batterij.


Electrostatische voltmeter 5 kV (USA 1953).
Aan de wijzeras zitten de metalen plaatjes A en B, die electrostatisch worden aangetrokken door de stilstaande plaat C, tegen het koppel van het spiraalveertje D in. E is een contragewichtje. De meter verbruikt geen stroom.
De probe bevat alleen een goed geisoleerde metalen stift.

Electrostatische voltmeter 10 kV (Ernest Turner, GB jaren '70).
Deze meter is aanzienlijk groter dan de vorige (schaaldiameters 8 en 13 cm). In beide gevallen is de schaal niet-lineair. Een significante aanwijzing wordt pas bij spanningen groter dan 1000 V verkregen.


Twee eerste-klas buisvoltmeters: General Radio 1800-A (1946) en US Army TS505D/U (1953)


Philips buisvoltmeter GM6058 (1957)


Weston Sensitrol Relay.


Neuberger/PIFCO universeelmeter, na 1929.
Achterop de meter is een voorziening om de gloeidraad van een radiobuis met B4 of B5 voet te testen. Onder het achterplaatje zit voor dat doel een batterijtje.